De vogelwerkgroep ontstond begin jaren ’80, toen het Markiezaatsmeer afgesloten werd van de Oosterschelde, zich ontwikkelde van zout naar zoet, wat natuurlijk ook gevolgen had voor de flora en fauna van het natuurgebied Het Markiezaat. “In het begin stonden we bijna ieder weekend buiten om te inventariseren,” vertelt Jan Hogerwaard van de werkgroep. “Nu is dat wel wat minder, al zijn er nog volop activiteiten.”
Prestatie
Vijf keer per jaar houdt de vogelwerkgroep tellingen in het Markiezaatsgebied, waarbij wordt geínventariseerd hoeveel vogels er gezien worden. Verder zijn er regelmatig informatieavonden en excursies en uitstapjes in Nederland, maar de groep is ook wel eens naar Frankrijk of Spanje getrokken. “We wonen hier in een van de vogelrijkste gebieden van Nederland,” weet Jan. “In de winter is dit een belangrijk overwinteringgebied voor vogels. Zo komt bijvoorbeeld de kleine zwaan vanuit Siberië hier naar toe om te overwinteren. Er zijn er nu al meer dan honderd gezien in Het Markiezaat. Ongelooflijk toch wat vogels kunnen presteren: dat ze duizenden kilometers reizen en ieder jaar weer hun eigen overwinteringgebied kunnen terugvinden.”
Tsilpje
De meeste vogelaars horen aan ieder tsjilpje om welke vogel ’t gaat. “Ik heb ’t vroeger onder ’t strijken geleerd, van een cassettebandje,” lacht Marike de Haan, secretaris van de vogelwerkgroep. Tegenwoordig kan het allemaal makkelijker: via een speciaal programma kun je op je mobiele telefoon of i-phone de geluiden van zo’n 500 verschillende vogels beluisteren. “Maar sommigen lijken heel veel op elkaar,” weten Jan en Marike. “En dan heb je ook nog imitators: dat maakt het helemaal moeilijk.”
Zee-arend
In West-Brabant worden regelmatig bijzondere vogels gesignaleerd. De lepelaar bijvoorbeeld, de slechtvalk, de blauwborst, kleine mantelmeeuw of plevieren. De vogelwerkgroep hoopt dat de zeearend, al een regelmatige bezoeker van onze regio, hier gaat broeden. Er zijn ook soorten waarmee het minder goed gaat, zoals de zwarte specht, de nachtzwaluw, de wespendief en de boomleeuwerik. Door het beheer hierop af te stemmen, kunnen deze soorten worden geholpen. Een nachtzwaluw bijvoorbeeld komt graag in een open gebied. Dan is het dus zaak ervoor te zorgen dat dit soort gebieden niet dichtgroeien. Ook het akkerrandenbeheer, waarbij een rand rondom landbouwgrond wordt ingezaaid met wilde bloemen, is goed voor de insectenpopulatie en dus ook als voedselvoorziening van vogels.
“Rondom de Kraaijenberg zie je hierdoor, dat het aantal kwartels de laatste tijd weer is toegenomen,” vertelt Marike. “Laatst hebben we er een paar gehoord tijdens een wandeling, dat is mooi.” Ook de kerk- en steenuil hebben het moeilijk in Nederland. Door het hangen van speciale nestkasten, bijvoorbeeld in boerenschuren, tracht de werkgroep de uilen een broedplaats te bieden. Op diverse plaatsen is dit project al succesvol gebleken.
Floriade
De werkgroep maakt zich zorgen over de voorgenomen plannen om de Floriade in 2022 naar de Auvergnepolder te halen. “We zijn echt geschrokken van die plannen, het zou een enorme verstoring zijn van het natuurgebied,” zegt Jan. “En het is lang niet zeker dat het financieel wat oplevert: Haarlem bleef bijvoorbeeld zitten met een verlies van miljoenen. En het zou heel zonde zijn van de natuur in de Auvergnepolder.”
Nieuwe leden
De vogelwerkgroep bestaat uit ongeveer 40 leden, maar kan nog best nieuwe leden gebruiken. U hoeft geen verstand van vogels te hebben, een hart voor deze diertjes is al voldoende!
Voor meer informatie of
opgeven kunt u terecht bij Marike de haan, tel. 0164 243 680 of dehaan@brabantsewal.eu.