Bergse Efteling Carrousel
Vanaf 1956 in kaatsheuvel
Een van de oudste attracties in de Efteling is de bekende stoomcarrousel in het Carrouselpaleis. Deze carrousel staat daar sinds 1956 en is aangekocht van de Bergse familie Janvier. Deze familie toerde er tot dan toe mee langs de lokale kermissen. Voordat de Efteling de carrousel aankocht, luidde het opschrift boven de entree dan ook: ‘Janviers Caroussel (met verkeerde spelling). De Efteling wijzigde dit in De Efteling Stoomcarrousel en later in Carrouselpaleis.
De Janvier Stoomcarrousel was eigenlijk geen gewone carrousel, maar een saloncarrousel.
Deze waren in de eerste helft van de jaren ‘20 erg populair. De carrousels hadden een eigen tent met een enorme voorgevel en waren eigenlijk de mobiele uitgaansgelegenheden van die tijd. Naast een ritje met de carrousel kon je ook aan de tafels gaan zitten om toe te kijken. Er was zelfs een dansvloer en een eetgelegenheid.
Draaimolen
Voordat de carrousel in de Efteling terecht kwam, was het een rondtrekkend gevaarte dat menig kermis afging. Het behoorde toe aan Hendrik Janvier (1868-1932), die wordt beschouwd als de grondlegger van de Salonstoomcarrousel. Hij begon met 1 draaimolen en wist dat heel snel uit te breiden naar vijf.
Janvier bouwde de stoomcarrousel zelf op uit losse onderdelen. De tweeëntwintig paarden, de gondels en de varkens met een clown achterop komen van andere carrousels. In 1944 raakte op de kermis in Drunen de stoommachine defect en werd deze vervangen door een elektrische motor, zodat de attractie toch werkte. De stoomketel die nu in de Efteling staat, is nog steeds de originele, alleen drijft deze het gevaarte niet meer aan, dat doet een motor.
Bioscoop
De voorgevel komt oorspronkelijk van een rondreizende bioscoop. Toen Janvier deze in 1889 aankocht, liet hij hem opnieuw verven door Andreas Gerhardus Giezen uit Bergen op Zoom.
Ook Giezen is een beroemde kermisfamilie uit Bergen op Zoom en een van hun zoons trouwt met de dochter van Hendrik Janvier. Hij zal later bekend staan als decorateur van vele zaken van Janvier. Giezen mag ook een aantal schilderingen maken voor de carrousel en was ook verantwoordelijk voor de 3D schilderingen. In het midden van de saloncarrousel vind je een stoommachine en een draaiorgel.
Per spoor
In 1903 is de carrousel gereed en doet als eerste de kermis van Bergen op Zoom aan. Het opbouwen van deze carrousel kostte vier dagen en werd uiterst zorgvuldig gedaan. Het afbreken kostte maar anderhalve dag.
Hendrik Janvier krijgt maar liefst 17 kinderen die veelal ook verzeilen in de kermiswereld. De oudste in de familie is Jan Willem Janvier. Hij neemt de zaak van zijn vader over en dus ook de stoomcarrousel. Jan Willem heeft contracten met de NS om de stoomcarrousel te vervoeren. Het transporteren van de attractie werd voornamelijk per trein gedaan. Daarvoor had men meer dan vijfentwintig wagons nodig. Vanaf het station werd de attractie door middel van vijfentwintig vrachtwagens via de weg vervoerd.
In 1924 krijgt Jan Willem de kans om zijn carrousel door te verkopen aan zijn jongere broer Laurens. Hijzelf koopt dan een grotere carrousel genaamd de Noblesse. Laurens bezit net als zijn broers in de kermiswereld het Lunapark, een Cakewalk achtige attractie waarmee hij toert. Tot de jaren dertig ging alles goed. Tijdens topdagen trok de attractie maar liefst 600 man per uur. Daarvan konden er maar maximaal 120 in de molen. De rest zat dan meestal op het terras of aan het buffet.
Alcolholverbod
Aan het begin van de jaren 30 werd er echter een alcoholverbod ingesteld voor stoomcarrousels en werden er flinke boetes (6 maanden gevangenis of 25 gulden) uitgedeeld voor tappen zonder tapvergunning. Janvier had geen tapvergunning voor de carrousel en kreeg maar al te vaak een bekeuring. Ook de kroegbazen uit de buurt hadden de pik op hem, aangezien hij veel klandizie had. Hierdoor gaf men hem maar al te graag aan bij de politie
In de Tweede Wereldoorlog werd het voor de kermisexploitanten nog moeilijker om het financiële plaatje rond te krijgen. Mei 1944 treft een grote brand het opslagterrein van Janvier en met de bevrijding wordt het terrein door een flink aantal granaten geraakt. In hoeverre hierdoor de carrousel is beschadigd is niet bekend. Wat wel bekend is, is dat het gevaarte vaker en vaker in de loods blijft staan... totdat de Efteling langskomt en aangeeft de attractie te willen opkopen. Na lang beraad wordt de attractie in 1955 verkocht voor 15000 gulden.
Pieck
Anton Pieck heeft zich, naar verluid, persoonlijk ingezet voor de aankoop ervan voor de Efteling, omdat hij als kind in Den Helder zelf nog rondjes had gereden in deze draaimolen. Toen de carrousel in de Efteling arriveerde, liet Pieck deze restaureren en voegde er verschillende elementen aan toe zoals panelen van de Gouke Sipkema Stoomcarrousel (die overigens ook door de Efteling is aangekocht) en het standbeeld bovenop de gevel. Ondanks dat de carrousel niet geheel af is, wordt op 11 mei 1956 de attractie toch in bedrijf gesteld door de kleinzoon van Anton Pieck, Hans van Lier. In die tijd moest je het symbolische bedrag van 5 cent (2 eurocent) betalen, zodat iedereen aan de beurt kwam.